Tijdens een sessie van ‘Bijbel op tafel’, een maandelijks samenzijn met vogels van diverse pluimage rond een bijbelverhaal, viel het bij lezing van Handelingen 1 op dat daar staat, dat Jezus zichzelf levend aan Zijn volgelingen vertoonde met veel onmiskenbare bewijzen. Blijkbaar is dat na Zijn opstanding Zijn manier van doen: opduiken in het bestaan van mensen met tekenen die zichtbaar maken dat Hij leeft en het geloof in Hem meer dan een hersenschim is. De dag erna hoorde ik van zo’n Paas-ervaring die ik graag deel (met toestemming).

Hij had als acteur enkele jaren geleden de rol van Petrus gespeeld in de Passion, het eigentijdse passiespel dat dit jaar in Amsterdam wordt opgevoerd. Ongelovig van huis uit, had hij zich grondig verdiept in het gedrag van Petrus en in de houding van Jezus. Het had hem geraakt hoe gemakkelijk grote woorden kunnen uitmonden in kleinerende daden. Geroerd ook was hij door de reactie van Jezus: die veelzeggende blik, waarin Hij Petrus vasthield in plaats van hem te laten vallen. Ongezocht drong zich een verlangen op: hier wil ik meer van weten.

Bewust zocht hij kort daarna de stilte van een klooster op hoop wat wijzer te worden. Dwalend door een immense bibliotheek viel zijn oog op de titel van een boek: Mijn dagboek. Het bleek precies honderd jaar geleden geschreven door een zekere ‘Petrus en nog wat’. Het trof en triggerde hem. Nieuwsgierig begon hij te lezen. Al lezend kon hij zijn ogen niet geloven: het beschreven levensverhaal was nagenoeg identiek aan het zijne. Hij ervoer er iets van hemelse regie in, een teken van de Levende.

Toen ik even later verhaalde dat Jezus’ eerste woord bij Zijn verschijning aan Petrus niet anders was dan ‘vrede zij u’, vroeg hij vechtend tegen de tranen: ‘Waarom raakt mij dit zo?’ Ik zei: ‘Zou het niet zijn omdat ieder mens dat op een dag wel kan gebruiken?’ Opgewekt knikte hij.

Paul Visser

KIJK TERUG

Herken je die tijd nog van je eerste liefde voor God? Hoe enthousiast je over Hem was? Je nam de tijd voor gebed. Je vond het heerlijk om uit de Bijbel te lezen. Je liet je door God leiden en sprak graag over Hem met anderen. Toch kwam ongemerkt de klad in je geloofsleven. Te druk. Te moe. En daarom is volgens ds. Paul Visser juist die zevende dag zo belangrijk. De dag waarop alle focus naar God uitgaat.

Soms kun je zo in beslag genomen worden door al je bezigheden, dat je als gelovige als vanzelf focus je verliest. Je rent van hot naar her, de e-mails en apps blijven komen, je moet allerlei ballen tegelijk in de lucht houden en zakt elke avond uitgeteld in je stoel of rolt moe en uitgeput in bed. Allang blij dat je het weer net aan gered hebt die dag. Logisch dat je dan de focus zomaar kwijtraakt. De focus op Jezus… de focus van de Geest.

Door de Geest raakte je op Hem gericht. Je zag je leven in Zijn licht en werd daar helemaal vrolijk van. Het was de tijd van de eerste liefde, van de enthousiaste omgang met Hem. Je nam tijd voor het gebed, las graag uit de Bijbel, en liet je in je denken en doen graag door Hem leiden. Je had het er graag met anderen over.

Ongemerkt kwam de klad erin, ging het vuur eruit en verlepte de liefde. Focussen op Jezus gaat blijkbaar nooit vanzelf. Dat kan ook gebeuren als je intussen al met pensioen bent en de agenda lag niet meer zo gevuld is. Eerlijk gezegd loop ik er ook zelf tegenop. Druk in de weer voor de zaak van Christus, kan mijn ziel de focus op Hemzelf verliezen. Niet zo fraai, maar wel waar.

Een noodzakelijke tussenkomst

Ook Israël liep dat gevaar. Op Gods bevel moest het land in bezit genomen worden, om daar als Zijn volk uit en voor Hem te leven. Maar de hectiek die dat met zich meebracht nam hen zo in beslag dat die focus op de achtergrond raakte. Vandaar dat Jozua een samenkomst belegde. Je leest hierover in Jozua 8:34,35.

Mooi is dat! Jozua kende zijn pappenheimers. Vandaar zijn actie om tussen de bedrijven door weer even bewust met elkaar te focussen, om hun hart bij Gods hart te houden, en het al luisterend als het ware te resetten. Ze moesten opnieuw beseffen wat wel en niet deugt, wat stuk maakt en goed doet, en wat zegen geeft en vloek nalaat. Jozua besefte: dit is geen overbodige luxe maar een broodnodig intermezzo.

Zondag…

Maar wat goed dat er na elke zes dagen een zevende is, om bij alles wat we omhanden hebben van Hogerhand de handen vrij krijgen, en ons rond het evangelie en bij brood en wijn te focussen op de Gekruisigde en Opgestane. We worden bij de genade bepaald, waarvan we leven. We worden stilgezet bij de liefde die ons is overkomen in Jezus met Hem zijn we gestorven en opgewekt. We kunnen ons hart daaraan ophalen. Het is een dag om zuinig op te zijn, te heiligen, om ons af te zonderen, het vuurtje van die eerste liefde te voeden en brandende te houden.

Weet je wat zo mooi is: die zevende dag is voor ons de eerste van de week. Het helpt om gefocust op Hem de nieuwe week in te gaan.

 

 

 

God in een kwaad daglicht zetten. Het gebeurt volop. Wij schuiven Hem van alles in de schoenen. Als Hij echt God is, is Hij van alle ellende de schuld. Want Hij zou het anders kunnen maken. Maar doet dat niet. Reden om Hem af te danken. Gek genoeg blijven we Hem intussen toch vaak aanklagen. Alsof we net niet goed van Hem los kunnen komen. De Bijbel vertelt hoe het zover kon komen. Met een apart veelzeggend verhaal. Zonder iets te verbloemen.

Genesis 3 vers 6

De slang, waarvan staat dat hij de listigste was onder de dieren, letterlijk naakter dan naakt en daarmee symbool voor onbeschaamde leugen knoopte met Eva een vertrouwelijk gesprekje aan. ‘Heb ik het goed begrepen dat jullie van geen één boom mogen eten?’ Als Eva antwoordt, dat het alleen om die ene boom gaat, dat eten daarvan hun dood wordt, zegt hij: ‘Denk je dat nou echt?

Toe denk na: God wil alleen maar voorkomen dat jullie net zo wijs worden als Hij. Weet zullen hebben van goed én kwaad en zelf kunnen kiezen wat je doet. Daar ga je heus niet aan dood hoor. Je leert alleen op eigen benen staan.’ En zó, door God in een kwaad daglicht te zetten, wist die het gedaan te krijgen dat Eva ervan at. En Adam erin mee nam, om samen sterk te staan. Tegenover God.

Sindsdien zit God in de beklaagdenbank. Had Hij die boom niet neergezet, dan hadden wij er ook niet van kunnen eten, zeggen mensen. Dat wij verleid werden tot kwaad, heeft Hij aan zichzelf te danken. Hij is de kwaaie pier zogezegd. Op het eerste gehoor klinkt het zo logisch als wat. Maar is het dat ook?

Die boom, die bekende en beruchte, die boom van kennis van goed en kwaad was neergezet om ons de vrijheid te geven, als een escape om te kiezen voor jezelf en te bedanken voor Zijn liefde. In plaats van ons onder de duim te houden, gaf God ons dus vrijheid. Dat hoort bij liefde. Die dwingt niks af, sluit je niet op, maar houdt de deur open voor het geval je wilt gaan. Zo ook heeft God gedaan. Dat maakte Hem kwetsbaar. Maar zo waar Hij liefde is, kon en wilde Hij niet anders. Is het niet bijzonder dat God zoveel vertrouwen in ons had, dat Hij ons die ruimte gaf? Met alle risico van dien?

‘Je zult als God zijn, zelf de dienst uit kunnen maken’, had de slang gezegd. Het lokte en trok. De gevolgen waren ernaar. Ze keken ineens met andere ogen naar elkaar en naar God, zo vertelt het verhaal. Dat krijg je ervan als je voor god gaat spelen. Dan wordt je van geliefden concurrenten, die elkaar gaan wantrouwen, tegenover elkaar komen te staan. Het wordt in dit verhaal treffend getekend: ineens voelden die twee, Adam en Eva, zich zo naakt tegenover elkaar, zo onveilig, dat ze als de wiedewaai een schort van vijgenbladeren maakten om zich daarachter te verschansen.

Naar God toe was de boel ook verziekt. Toen Hij die dag voorbijkwam zoals voorheen, om in liefde met hen op te lopen, konden zij Hem alleen nog maar zien als een bedreiging. Voor wie ze zich angstig schuilhielden en die ze, toen dat niet meer ging en voor de dag kwamen, alleen een grote mond gaven. Hij: ‘Die vrouw die U mij hebt gegeven, die heeft mij verleid.’ Zij: ‘Die slang, die U hebt gemaakt, die heeft mij in de maling genomen.’ Ze kunnen richting God alleen nog maar bang of brutaal zijn. Voor Hem wegkruipen of Hem uitschelden. Zo gaat dat als de liefde zoek is. Tot op de dag van vandaag.

Hoe zal God reageren?

Het bericht dat de SGP aan de gemeenteraadsverkiezingen meedoet met een jonge vrouw als lijsttrekker bewees weer: in A’dam kan alles! Het maakt de stad tot wat zij is: een plek waar ieder terecht kan en haar/zijn zegje mag doen. Paula Schot (de SGP-ster) was dan ook hot nieuws. Bijkomend effect was dat de christelijke politiek daardoor even positief in het nieuws kwam. Dat kan geen kwaad.

Tegelijk was de journalistieke heisa ook weer een schoolvoorbeeld van typisch Amsterdamse benepenheid: als het maar anders is en hip. Er werd zelfs gepleit daarom massaal op deze ‘young goodlooking woman’ te stemmen. Alsof ze niet veel méér is dan dat.

Dat in Amsterdam alles kan, bleek ook uit het symposium Geloven in Amsterdam dat op initiatief van de wethouders Arjan Vliegenthart (SP) en Simone Kukenheim (D’66) in de Zuiderkerk werd georganiseerd. Als eigenzinnige koploper wist de stad daarmee de vaak krampachtige verhouding tussen kerk en staat voorbij te komen. Het werd een open ontmoeting, waaruit bleek dat de stad voor het overgrote deel bestaat uit min of meer religieus geïnspireerde minderheden. Religieuze roots zijn derhalve ook breed vertakt in de verschillende politieke partijen.

Het laat zich raden dat allerlei religieus gedachtegoed bewust of onbewust doorwerkt in politieke overtuigingen. Niet alleen christelijke partijen hebben daar patent op, maar kunnen daar ook niet bij voorbaat om worden gewantrouwd en op worden afgerekend. De gedeelde conclusie was helemaal in lijn met het DNA van Amsterdam, waar religieuze stromingen al eeuwenlang een toevluchtsoord vonden en samenleefden: ‘Laten we het gesprek met elkaar aangaan, ontspannen, onbevangen en met nieuwsgierige blik.’ We zijn weer bij zinnen, dacht ik. Zeker weten dat dit het welzijn van alle burgers van onze veelkleurige stad ten goede komt. Het wordt alleen wat lastiger op wie je nu stemmen moet. Of juist gemakkelijker?

Paul Visser

Ook bij deze gemeenteraadsverkiezingen organiseert de Protestantse Kerk Amsterdam (PKA) het Verkiezingsdebat ‘Ik geloof in Amsterdam’. In de Noorderkerk debatteren lijsttrekkers van acht politieke partijen met elkaar (en wethouder Vliegenthart, die de SP-lijsttrekker vervangt). U bent 13 maart van harte welkom in de Noorderkerk, aanvang 20.00 uur.

Verkiezingsdebat "Ik geloof in Amsterdam"

Weet u wat het moreel kompas is van Amsterdamse politici: vanuit welke belangrijke waarden zij politiek bedrijven? Dit en meer komt aan de orde bij het Verkiezingsdebat ‘Ik geloof in Amsterdam’ in de Noorderkerk onder leiding van Wilfred Scholten

Geplaatst door Protestantse Kerk Amsterdam op dinsdag 27 februari 2018

Ik weet niet of je het weet, maar de nieuwe dag begint voor Joden na zonsondergang. Mooi is dat. Het begint met rusten, ontspannen, eten, drinken, van elkaar genieten en slapen. En dan, ja, dan sta je op, dan ga je aan de slag, doe je je werk, totdat de zon ondergaat. Daarna begint het feest opnieuw, van voor af aan.

Genesis 1 vers 3b en 2 vers 2, 3

Waar hebben ze dat vandaan? Nou, uit Genesis 1, waar een soort gebruiksaanwijzing staat voor ons leven. Daar wordt anders geteld. Niet: “Het was morgen geweest en avond geworden, de eerste dag”, maar: “Het was avond geweest en morgen geworden, de eerste dag”. Dat is dus een ander ritme: de nieuwe dag begint niet ‘s ochtends, maar ‘s avonds. Op die manier kan het genieten er geen dag bij inschieten. Daar begint het mee. Zo blijven de dingen in balans. Genieten én werken gaan samen op, ontspanning en inspanning wisselen elkaar af en van allebei word je even vrolijk.

Datzelfde ritme zie je trouwens ook als God zijn scheppingswerk op de zesde dag voltooid heeft en de mens tot leven heeft gewekt. Na die zesde volgt er een zevende dag. “En”, zo staat er dan, “op die dag rustte God van het werk dat Hij gedaan had”. Geweldig! Nog maar net geschapen, begon het dus met een vrije dag, met ontspannen genieten van het leven en van elkaar. Pas daarna hoeven we aan de slag. De Eeuwige had het goed voor ons bedacht. Wat daarvan geworden is, weet je zelf het best.

Het evenwicht is nogal eens zoekgeraakt. Met dat wij ervoor gaan, voor je studie, je werk en je carrière, schiet het er o zo makkelijk bij in dat je elkaar nog ziet, samen geniet van wat je hebt, vrolijk eet en drinkt, het er ontspannen en royaal van neemt. Zeven keer 24 uur moet alles dóór, sowieso natuurlijk je mail en die apps, die eindeloos om antwoord vragen. Nooit meer eens een dag rust. Wat doen we onszelf en elkaar toch aan? Ja, in de vakantie, dan moeten en willen we soms in een paar weken tijd de scha van een heel jaar inhalen. Intussen kun je dan zó uitgeput zijn en het ontspannen zó ontwend, dat het ook dan niet goed lukt om er een feest van te maken. Je wordt er eerder onrustig en kriebelig van dan dat je er plezier en geluk aan beleeft.

Sinds we het ritme dat God aangaf kwijt zijn, die balans eruit is, is het leven er niet echt leuker op geworden, vrijer en vrolijker, integendeel. Elders in de bijbel, in het boek Prediker, wordt gezegd: Wat schiet het op als je ik weet niet wat bereikt, maar er niet genieten kunt en elkaar ongemerkt kwijtraakt? Het advies is dan: Kom op, eet eens gezellig met elkaar. Maak er geregelder een feestje van. Zorg dat je er mooi uitziet, lekker ruikt en leef de liefde. Je hebt elkaar toch niet voor niets gekregen? Geen mens zo te beklagen als die alleen maar heeft gezwoegd, gezweet, zich afgepeigerd tot en met, maar altijd door moest en amper heeft genoten van wat hij had. Doodarm is dat, al was je schatrijk.

Alle reden dus om de gebruiksaanwijzing van de Schepper er wat vaker bij te pakken om je leven weer wat meer in balans te krijgen en eruit te halen wat erin zit